Stay Signed In
Do you want to access your site more quickly on this computer? Check this box, and your username and password will be remembered for two weeks. Click logout to turn this off.
Stay Safe
Do not check this box if you are using a public computer. You don't want anyone seeing your personal info or messing with your site.
Hieronder volgt een tekst over een bijzondere Deventer Sociëteit. Gebaseerd op het verbond van kooplieden, de Bergenvaarders, uit de tijd van de Hanze, eind 15e eeuw!
Nieuw leven ingeblazen op 7 mei 1982 tijdens de opening, door prins Bernard, van de nieuwe Deventer spoorbrug.
.
Rond 1100 waren Friezen, Noren (Vikingen), Gotlanders (uit Visby), Denen, Duitsers en IJslanders in het gebied van de Noordzee en Oostzee de actiefste kooplieden met ruilhandel. Zij reisden in groepen naar de jaarmarkten op het continent en verder naar bekende handelsplaatsen in midden Europa. De Vlamingen dreven veel handel met Engeland waar ze de wol haalden voor hun lakenindustrie. Tin en lood kwam ook daar vandaan. Visby werd in de twaalfde eeuw de belangrijkste aanleghaven voor Duitse zakenlieden.
Als kooplieden het vaderland verlieten voor handel, dreigden hen gevaren als overvallen en afpersingen. Daarom sloten zij zich in een organisatie aaneen met collega’s uit andere steden, om zich te verzekeren van ongestoorde handel. Zij werden door het oud-Germaans woord 'Hansa' gekenmerkt, dat 'gemeenschap in den vreemde' betekent. De oudste dergelijke corporatie, ook wel gilde genoemd, ontstond in Londen.
De oorsprong der Hanze ligt in de coöperaties van kooplieden in buitenlandse steden, zoals Brugge, Londen, Bergen en Nowgorod (Rusland). Als de Verenigde Steden der Duitse Hanze, met Lübeck als hoofd, kregen ze een belangrijke positie in de handel, scheepvaart, politiek en verdediging (bij oorlogen) in Europa.
Voordat er sprake was van een handelsnederzetting Deventer, dreven Friezen en Vlamingen al handel met de rest van het tegenwoordige Nederland. Hun ontmoetingsplaats met vreemde kooplui was Dorestad aan de Rijn (Wijk bij Duurstede). Zij deden zaken met Engeland en de Scandinavische landen.
De kleine nederzetting Deventer met zijn landontginners, lag aan een goed bevaarbare rivier de IJssel op een plek waar kooplieden gemakkelijk over konden steken. In 877 wordt voor het eerst de kwalificatie 'portus Daventre' of handelsplaats gebruikt voor Deventer in het Oversticht Utrecht. Daarna gingen kooplieden uit Dorestad en handelsagenten uit het klooster Prüm (Eifel Duitsland) zich in Deventer vestigen. Het klooster had enorm veel bezittingen in en rondom Deventer en Zutphen. Ook was van groot belang dat Deventer vanaf 896 onder gezag van koning Zwentibold van Lotharingen van koning en bisschoppen recht kreeg op bescherming tegen plunderaars. Daardoor groeide Deventer als handelsstad. Zo werd laken uit Brabant en Holland, tin en lood uit Engeland en voorwerpen van ijzer en aardewerk, vaten wijn en zout uit Duitsland, via Deventer verhandeld naar de Scandinavische landen. Hout, haring en aal uit Schonen, pelzen, traan, zwavel en gedroogde kabeljauw (stokvis) uit Bergen, namen de kooplieden mee terug. Immers heel Europa maakte toen deel uit van de ongedeelde Kerk van Rome. Mensen mochten op vrijdag en in de vastentijd geen vlees eten, dus was (stok)vis een goed alternatief, zeker voor het Rijnland. Een klein gedeelte kwam voor eigen consumptie op de weekmarkten terecht. Door de handel ontstonden ook de gilden. Eerst het lakenkopersgilde, al snel volgden ook anderen. Een bekend Deventer archiefstuk is een koopmansgilderol uit 1249. In een stuk uit 1378 wordt de Schonenvaardersgilde voor het eerst genoemd, twee jaar later in een ander stuk de Bergenvaarders als gilde. Stedelijke ambtenaren en geestelijken sloten zich bij die gilden aan om eigen bezittingen te beschermen en om te investeren. Daarom namen zij deel in koggeschepen en in de handel. Het Deventer Koopmansgilde was, net als in vergelijkbare steden, niet alleen een organisatie voor kooplieden, maar ook een sociëteit voor de aanzienlijken. Velen van hen hebben Bergen nooit gezien. Zij onderhielden een goede relatie met het stadsbestuur van Deventer en hebben daardoor enorm bijgedragen aan de welvaart van hun stad. De schipper die op Bergen voer was jong en moest getrouwd zijn, het liefst met kinderen. Dat gold als verzekering voor de kapitaalverschaffers, zodat de schippers terugkeerden naar huis met schip en handel. ‘Scheepskinderen’ werden bestraft door ze over een wip te laten lopen, 'de schupstoel', dan vielen ze in de haven, ze werden ook nog door het publiek nagejouwd.
Door de handel had Deventer veel markten. Van heinde en ver kwamen kopers en verkopers naar Deventer. Het was een bedrijvigheid van karren, paardenwagens, koggeschepen, kooplui en ambachtslieden, zoals touwslagers, kuipmakers, wagenmakers, smeden en noem maar op. Deventer kende vijf internationale jaarmarkten en daarnaast de vlas-, laken- en linnenmarkt op de Brink en het Grote Kerkhof, de Stromarkt, de Botermarkt, de Houtmarkt, de Beestenmarkt en al vanaf de 14e eeuw de Nieuwe Markt. Op het Grote Kerkhof langs de Polstraat staat het oude Wanthuis (lakenhal) uit de dertiende/veertiende eeuw, dat nu deel uit maakt van het stadhuiscomplex. Deventer met een kleine 10.000 inwoners, na Antwerpen de belangrijkste handelsstad der Nederlanden, behoorde tot de grote steden. Amsterdam was toen veel kleiner. Deventer had als Hanzeatische hoofdplaats ook veel bijsteden (De Kleine Hanze), en wel: Almelo, Delden, Diepenheim, Enschede, Goor, Gramsbergen, Hasselt, Ommen Ootmarsum, Oldenzaal en Rijssen. Daarentegen had Kampen geen bijsteden, Zwolle wel.
Bergen, dat zelf niet tot de Hanze behoorde, beschikte over een afgesloten wijk, waarbinnen kooplieden uit alle vooraanstaande Hanzesteden per stad een eigen onderkomen hadden. Ook Deventer had zo’n huis. In Bergen heet nu nog een straat 'Deventergade'
De grootste bloeitijd van het Bergenvaardersgilde in Deventer was de vijftiende eeuw.In de zestiende eeuw nam deze bloei af door de Reformatie, Reductie en onderlinge twisten met gilden. Daarom verplaatste in de jaren rond 1580 de zwakke stokvishandel zich van Bergen naar Bremen. Vis werd minder gegeten. Het Bergenvaardersgilde in Deventer bleef bestaan tot omstreeks 1640. Negentien jaar later is het Hanzeverbond met eens zoveel steden, beperkt tot Lübeck, Hamburg en Bremen. In 1669 konden deze niet tot overeenstemming komen met de steden Danzig, Brunswijk, en Keulen. Het vroeger zo machtige bouwwerk der Duitse Hanse stortte definitief ineen. De handelsfunctie van Deventer werd geleidelijk door de bloei van Amsterdam en andere Hollandse steden overgenomen. Door de concurrentie en de verzanding van de IJssel (steeds meer Rijnwater stroomde door de Waal naar zee) verloor Deventer zijn internationale functie. Wel bleef het zijn titel als 'Keizerlijke Vrije Hanzestad' voeren.
Bij het 750 jarig bestaan van de Hanzestad Zwolle in 1980, heeft de burgemeester van de Hanzestad Lübeck de heer Boutelier in samenwerking met Zwolle, de Hanze een nieuw leven gegeven: "De Nieuwe Hanze". Met als doel, de Hanzesteden door contacten, netwerken en samenwerking op het gebied van cultuur en toerisme, een economische stimulans te geven. Vanaf dat jaar zal elk jaar in één van de Hanzesteden de Internationale Hanzedagen (feesten) gehouden worden. Deze zijn al tot het jaar 2030 vastgelegd. In het jaar 1990 was dat in Deventer, samen met Zutphen. Daaruit zijn al vele Hanze- bedrijven, scholen, verenigingen, stichtingen, wandel- en fietsroutes ontstaan. Denk maar aan De Deventer Hanzezangers die altijd op de Internationale Hanzefeesten uitgenodigd zijn. En hotel Hanzestadslogement De Leeuw in de Nieuwstraat met haar Hanzemuseum. Zie ook de telefoongids onder de H van Hanze. Zelfs de pleister in de verbandtrommel heet Hansaplast.
Zo is de Sociëteit der Bergenvaarders vijfentwintig jaar geleden opnieuw opgericht en wel in 1982 als onderdeel van de Brugfeesten bij de opening van de nieuwe spoorbrug. En dat gaan we dan samen vieren op 5 mei 2007.